Pagina's

zondag 1 september 2013

Zolang ik niet beweeg

hoeveel groter kan een gat zijn
hoeveel mes kan er nog bij
als ik nou maar stil blijf zitten
voel ik er geen barst van schatje, hoegenaamd niet
wat dacht jij





donderdag 29 augustus 2013

Denken

Denken. Altijd maar denken. Je wordt er tureluurs van. Ik dacht al toen ik zeven was.

Ik liep door de straat waar ons huis stond. Het stond er toen drie jaar. Eerst was er weiland, zo dacht ik bij mezelf, want dat hadden ze mij verteld, en nu is er thuis. Thuis was er helemaal niet toen er weiland was. Dus zo gaat dat. Weiland, thuis, weiland, thuis. Vreemd.

Ik logeerde bij mijn vaders moeder.  Andere oma heette ze. Ik was nog steeds zeven en mijn ouders waren er niet, want we waren aan het verhuizen. Ik lag in bed, het was ochtend en ik keek naar de witte muur, naar de gordijnen met de bloemetjes waar het licht doorheen kwam, naar de bakelieten lichtknop, naar de crème geverfde houten paneeldeur met het raampje met bobbeltjesglas en naar het wijwaterbakje met het palmtakje. Nu ben ik gelukkig, dacht ik, ik moet onthouden hoe dat is. Toen was het weg.

Nog twee keer heb ik het gevoel gehad en ik herkende het meteen. Eerst twintig jaar geleden, toen ik - knaloverspannen en wel - net in mijn nieuwe flat woonde en daarna nog één keer, een paar weken geleden, zomaar, midden in de nacht, toen ik wakker werd.

Het is altijd hetzelfde. Er lijkt geen enkele aanleiding voor het gevoel te zijn. Het staat los van alles. Het is goed, zegt het gevoel. Alles is goed. Alles is helemaal perfect in orde. Het is een overweldigend gevoel en tegelijkertijd is het de normaalste zaak van de wereld.
Ik vermoed dat ik op zo'n moment per ongeluk weer stop met denken.


woensdag 28 augustus 2013

Samenleven

Ik geloof er niet in dat een mens gemaakt is om in grote groepen samen te leven. Alles maar dan ook alles wijst erop dat we bedoeld zijn om in een grote loze ruimte op een eigen plekje op aarde te vertoeven, zodat we blij zijn om eens een ander levend wezen tegen te komen. Waar de mens structureel samenkomt gaat van alles mis.

Neem uw straat. In elke straat woont een Boormans, een Zaagstra, een Timmermans, een Van der Hogedruk of een Van de Schaaf en als je pech hebt, zoals ik, heb je ze allemaal. In elke organisatie werken mevrouw Achter den Elleboog en meneer Vooraan. Pietje Stiekem, Jantje Bullebak en Miesje Klikspaan zitten in elke klas. In de loop der jaren heb ik gemerkt wat een zegening het is dat ik maar één broer heb. Ik ken families waar tien telefoongesprekken volgen wanneer de moeder heeft gebeld, ik hoef alleen maar bij mijn broertje te checken. Burenruzies, arbeidsconflicten en pestprotocollen, ze bewijzen keer op keer mijn gelijk en alleen televisieprogramma's over nog ergere burenruzies, nog vreselijker arbeidsconflicten en de ultieme pestkop zijn in staat om ons tijdelijk in een goed humeur te krijgen. Gelukkig, het kan altijd nog erger.

Er is niets aan te doen. We kunnen elkaar eenvoudigweg niet uitstaan. Daar kunnen geen sociologie van de wijk, geen psychologie van het management en geen pedagogiek van het klassikaal onderwijs tegenop. Nu kunt u mij negatief noemen, maar ik geef het tenminste toe. Ik wens goudeerlijk niet uw auto weg van mijn parkeerplaats, maar uzelf naar de maan. Ik wil niet vooraan staan in de rij, ik wil de rij niet. Ik vind het niet alleen prettig als u een dag niet op het werk komt, van mij hoeft u nooit meer terug te komen, sterker nog, ik wil een organisatie voor mij alleen. Ik neem het u voorts hoogst kwalijk dat u altijd tegelijk met mij naar bos, zee en heide wilt, voor de kassa staat als ik wil afrekenen en het enige voordeel van een evenement is wat mij betreft dat u zich in grote aantallen tegelijk op een bepaalde plaats bevindt, zodat ik in één klap een heleboel mensen tegelijk kan mijden.

U denkt er hetzelfde over als ik. Dat weet ik. Want u klaagt over de files op de weg, de herrie van de buren, de drukte op het werk en mijn scheve schutting. Maar u denkt dat u in een walhalla zult leven als dat allemaal is opgelost. U heeft niet door dat het een systeemfout is. Begrijp mij niet verkeerd, ik heb niets tegen u. U bent vriendelijke buren en sympathieke collega's. Maar waarom moet dat hier. Doet u mij een genoegen en weest u twee kilometer verderop. Bespaar mij het gereutel van uw grasmaaimachine, de dyslexie van uw kinderen, uw projectplannen, het uitzicht op uw leasebak en de toelichting op de functies van uw gehoorapparaat-met-bluetooth. Ga Weg.

*op vakantie gaat*




zondag 25 augustus 2013

Raar, maar voorspelbaar

Bij het kerstdiner op het werk belandde ik vorig jaar naast een collega die ik nog niet zo goed kende. Hij vertelde dat hij, zoals ieder jaar, naar zijn broer zou gaan. Niet dat hij er zoveel zin in had. Hij wist namelijk exact hoe Eerste Kerstdag zou verlopen.
"Eerst laat mijn broer mijn schoonzus alle boodschappen doen.
Dan zegt hij dat ze het verkeerde bier heeft gekocht. Het goedkope. En dat met Kerstmis.
Dan krijgen ze ruzie, zij gaat koken, en mijn broer zegt tegen mij kom, we gaan naar de pub.
Mijn schoonzus roept vanuit de keuken of we wel op tijd terug zijn.
Wij zeggen ja.
We gaan naar de pub, worden dronken, vergeten de tijd, mijn schoonzus belt kwaad op en we gaan naar huis.
Thuis zegt mijn schoonzus dat het hele eten verpieterd is en dan eten we alles op."

Ik vertelde hem het volgende.
"We rijden weg.
Na een poosje zegt mijn moeder Jozef jij rijdt verkeerd.
Mijn vader zegt Maria bemoei je er nou maar niet mee, dan gaat er hier niks verkeerd.
Het is een paar minuten stil.
Mijn moeder zegt Jozef jij rijdt verkeerd, en ik heb geen zin om te laat te komen. We hadden er al moeten zijn.
Mijn vader zegt Jet kijk jij eens op de kaart, anders houdt je moeder d'r mond niet.
Ik kijk op de kaart en constateer dat we goed zitten.
Mijn moeder zegt jaja, trekken jullie maar één lijn.
Ik geef verongelijkt de kaart terug.
We komen aan, we begroeten iedereen en mijn moeder zegt het is maar goed dat ik erbij was, anders waren we er nou nóg niet geweest."