Pagina's

vrijdag 17 juli 2020

Bridgen in coronatijd


In het Nationaal Denksportcentrum aan de Kennedylaan in Utrecht gaat men weer bridgen. Gewoon, met vier mensen uit vier huishoudens aan één tafel, binnen de anderhalve meter, in een zaal met nog meer tafels met vier mensen uit vier huishoudens, biertje erbij, zonder anderhalve meter, zonder spatschermen of mondkapjes of wat dan ook. Corona of niet. Hoe kan zoiets, vraagt u zich af. Eenvoudig: hoewel er beneden een bar is en men er doorgaans flink inneemt heeft de Bridgebond bedacht dat het Denksportcentrum geen horeca is maar een sportaccomodatie, en dat de horecaregels er dus niet gelden maar de sportregels. Bridgen is voorts een sport die volgens de Bridgebond niet op de normale manier kan worden beoefend op anderhalve meter. Dat betekent dat je op het speelveld ontheffing hebt voor de anderhalve meter, en wat is nu dat speelveld? Dat is de tafel waaraan je zit. Ergo: we gaan weer open.

Nu weet ik niet of mensen enigszins op de hoogte zijn van hoe zo'n bridgeavond verloopt, maar het gaat niet zoals in een aflevering van miss Marple, waarbij je de hele avond met 4 dezelfde mensen aan een tafel zit. Op een bridgeclub speel je competitie tegen je clubgenoten. Daarbij hoort dat je met je partner vier spellen tegen twee tegenstanders speelt en dan, na een half uur, doorschuift naar de volgende tafel, met nieuwe tegenstanders. Ook aan deze tafel speel je weer vier spellen, zonder anderhalve meter, spatschermen, mondkapjes enzovoort. Nieuwe ronde nieuwe kansen zeggen we dan. Aan het eind van de avond heb je aan zeven tafels gespeeld, en heb je bij 7 bridgeparen, dus 14 personen, een half uur op de lip gezeten, plus je maat aan de overkant van de tafel, in totaal 15 personen, in 3,5 uur. En daar kan dan ook nog behoorlijk bij gediscussieerd worden, en ook weleens onbehoorlijk gediscussieerd, hard gepraat zeg maar, want bridgers zijn het dikwijls niet met elkaar eens. Enfin, dan bestellen we nog maar een biertje, of iets sterkers, dat keurig aan tafel geserveerd wordt.

Máár mensen, er worden heus wel maatregelen getroffen: de tafels staan twee meter uit elkaar en let op, zodra je van tafel wisselt ben je niet meer op het speelveld, dus als je door de zaal langs andere tafels loopt moet je wel degelijk anderhalve meter afstand houden van die tafels, tafels dus waaraan in de loop van de avond steeds meer mensen zitten waar je al een half uur bij op de lip/het speelveld hebt gezeten. Ook worden er eenrichtingpaden uitgezet zodat je elkaar lopend in elk geval niet tegenkomt. Want dat is, nogmaals, allemaal buiten het speelveld.

Heb je daarentegen de pech dat je als bridgeclub in een café of horecaverhuurzaal speelt, dan gaat dit volgens de Bridgebond niet op, want daar gelden de horecaregels. Dus daar moet je ook áán tafel anderhalve meter afstand houden, het ene speelveld is het andere niet, zeg maar, en dat is een probleem. Er wordt gedacht aan spatschermen aan tafel, maar dat idee is nog niet goedgekeurd door NOCNSF en de Veiligheidsregio, dit dus in tegenstelling tot het bridgen in een Denksportcentrum zónder spatscherm dat wel is goedgekeurd.

Een beetje bezorgd is de Bridgebond wel, want veel bridgers horen tot een kwetsbare groep, zegt ze. U moet zich als speler dus zelf afvragen of u het voor het bridgespel over heeft om u in een groep mensen te begeven en aldus een gezondheidsrisico te nemen. Dit nadat de Bridgebond wel zelf bij de Veiligheidsregio is gaan klagen dat bridgers onterecht bij de anderhalvemeter sporters stonden, want op anderhalve meter kun je niet kaarten. De Bridgebond is desalniettemin dus niet verantwoordelijk, u neemt zelf het risico. Daarbij ziet de Bridgebond voor het gemak ook over het hoofd dat u dat risico niet alleen neemt voor uzelf. U neemt dat risico voor uw huisgenoten - 60% van de mensen wordt aangestoken door een huisgenoot -, u neemt dat risico voor uw reisgenoten in bus en trein, voor uw medepatiënten in de wachtkamer van uw huisarts, uw collega's, en met wie u verder ook maar contact heeft. Maar u kúnt het risico desgewenst nemen, mogelijk gemaakt door uw Nederlandse Bridgebond. 


U kunt het hier zelf allemaal nalezen, in Deel II: Praktische invulling van “Bridgespecifiek protocol”, op 9 juli gepubliceerd op de website van de Bridgebond, en u verbazen. 

https://www.bridge.nl/coronamaatregelen/protocol-verantwoord-sporten/praktische-invulling-protocol/





woensdag 3 mei 2017

Herdenkingsrant



Op 31 mei 1944, aan het einde van de ochtend, was het bombardement van de geallieerden op Roosendaal.
De bedoeling was om het spoorwegemplacement te vernietigen maar de bommen kwamen overal in de stad neer. Ook op de Bloemenmarkt.

Op 2 juni 1944 gingen Johannes Franciscus van Geel, Hoofdwachtmeester van Politie, en Adrianus Franciscus Broere, bevolkingsagent, er samen voor zitten.
Ze deden aangifte van het overlijden van 67 mensen die op slag dood waren.
Een dag later, op 3 juni, waren ze klaar, en er moest nog iemand tussendoor ook.

Ze deden er om en om een paar. '...uit eigen wetenschap kennis dragende, dat op een en dertig mei dezes jaars om elf uur, dertig minuten...'
Een van hen was mijn moeders nichtje Marliesje Heck, 'oud twee jaren'. Ze was bij Oom Herman en Tante Corrie, van Foto Rembrandt, op de Bloemenmarkt.

De fotozaak is bij het bombardement volledig verwoest en Oom Herman en Tante Corrie zijn naar de Molenstraat verhuisd. Het pand is niet meer opgebouwd en is een doorgang geworden van de Bloemenmarkt naar het Emile van Loonpark.
"Kijk", zegt oma. "Hier was de fotozaak van Ome Herman en Tante Corrie. Ze woonden erboven."

Er was een foto van Marliesje, grote strik in het haar. Die foto heeft Oom Herman afgedrukt en ingekleurd. De hele familie van Tante Corrie, waaronder de ouders van Marliesje, kreeg er een.

Mijn oma was de oudste en heeft de foto van Marliesje haar verdere leven aan de muur gehad. Zodoende groeide ik op met Marliesje Heck.
Mijn moeder was veertien toen het gebeurde. Mijn hele jeugd werden zij en mijn oma het niet moe om uit te leggen waarom Marliesje daar hing.
"Marliesje Heck. Twee jaar. Bij Ome Herman en Tante Corrie. Ze was buiten. Hele fotozaak vernield. Alle foto's verbrand ook."

Daarom herdenk ik in ieder geval altijd Marliesje Heck. Ik weet dat iedereen in de familie die nog leeft en Marliesje en haar foto kent dat doet.

Oorlog. Het is verschrikkelijk. Toen en nu. Gedenk ze.



vrijdag 28 oktober 2016

Wasrek

Ik ga afscheid nemen van een wasrek. Daar heb ik moeite mee want ik heb het wasrek al erg lang. Het is uitgevoerd in bruin en beige, dan heeft u een beetje een indicatie. Het is een goed wasrek. Het wasrek was er al voor de man erbij kwam en we hebben samen in drie huizen gewoond. Officieel heet het wasrek een droogtoren maar dat is net zoiets als 'meneer' zeggen tegen de buurman en zo gaan het wasrek en ik niet met elkaar om.

Drie weken geleden deed de automatisering van het droogproces zijn intrede in het huisgezin. "Nu kan dat wasrek er wel uit." zei de man. Ik trok bleek weg en mompelde iets met 'altijd handig'.

Maar vorige week schoof ik het weer opzij en er viel mij iets op. De plastic bekleding van de droogdraden gaat kapot. Dat had ik nooit eerder gezien. Eronder zit iets zwartigs. Verder liet een jaar of vijf geleden een las van de dragende constructie los. Een half jaar geleden volgde een tweede las, sindsdien lijkt het of het wasrek een beetje dronken is. Een van de draaiwieltjes draait inmiddels ook niet meer. Het wasrek mankeert kortom vanalles.

Ter verdediging wil ik opmerken dat het wasrek een goed wasrek is. Dit in tegenstelling tot de tweede (reserve-)droogtoren die nooit een plaats in mijn hart heeft weten te veroveren. De tweede droogtoren is net niet hoog genoeg, zodat de kleren die je ophangt juist tegen de knijpers eronder aankomen. Ter compensatie is hij iets breder maar hij is net té breed en ik moet mij er altijd langs wurmen. De lijnen zijn niet strak en stevig maar buigen door, dat hindert mij. De plastic bekleding ging, ondanks dat de toren nauwelijks is gebruikt, al jaren geleden vanzelf kapot. Tot slot is de droogtoren korenblauw en dat vind ik opschepperig voor een verder matig presterende toren. Ik houd van doelmatigheid, meer nog dan van schoonheid. Een volmaakt doelmatig voorwerp heeft persoonlijkheid. Een volmaakt doelmatig voorwerp bezit een ziel. Een voorwerp dat zonder haperingen doet waar het voor gemaakt is, daarbij niet te veel lawaai maakt en wijkt als ik er langs moet is wat mij betreft een lang leven beschoren, en een stukje van mijn hart.

Desalniettemin is vanmorgen het volgende rationele besluit genomen: het drieëndertigjarige wasrek gaat eruit, de korenblauwe droogtoren blijft nog een poosje. Want die staat nog, en het is maar voor reserve. Misschien komen de droogtoren en ik nader tot elkaar, als het wasrek er niet meer is. Ik zal de man vragen om ons adres op de lijst van de grofvuilroute te laten zetten.
Misschien gooi ik dat korenblauwe kreng er wel achteraan ook.

zondag 29 november 2015

Lezen

Ik heb in mijn leven ooit één ding gestolen en dat was een onderwijsuitgave van een aantal Ideeën van Multatuli. Zo hup de schooltas in. Ik was 16 geloof ik en ik had geen idee hoe ik er anders aan moest komen. Ik ben er nog steeds heel blij mee. Voordat u denkt dat ik al vroeg in literatuur geïnteresseerd was, ik vond literatuur belachelijke aanstellerij. Ik wist gelukkig niet dat de Ideeën van Multatuli hoogstaande literatuur was en dat de Ideeën voorts gewoon te koop waren in de winkel, en anders had ik er toch geen geld voor gehad en ik moest en zou het hebben, dus ik nam het mee.
 
Ik las al toen ik 5 was en ik hield van verhalen met een kop en een staart. Mijn eerste liefde waren de Harlekijntje-boeken die ik las tot het niet meer mocht van de bieb omdat ik er te oud voor was: officieel was ik al twee kasten opgeschoven. Ik las vervolgens heel veel Leni Saris, maar een boekje als Kamertjeszonde van Herman Heijermans of Woeste Hoogten kon ook mijn goedkeuring wegdragen. Verder had ik mijn drie lievelingsboeken in een soort permanente bruikleen-met-onderbrekingen van de bibliotheek. Dat waren De Beatles van Hunter Davies, Joop ter Heul van Cissy van Marxveldt en het dagboek van Anne Frank (gekuiste versie). Er zat ook altijd een Agatha Christie tussen het stapeltje, want de dader was steeds zo onwaarschijnlijk dat ik die bij het dichtslaan van de kaft alweer vergeten was, dus die kon ik eindeloos herlezen. Ik herlas sowieso ontzettend veel en vaak want ik woonde in die boeken.

Voor de logeerpartijen bij Oma was er de Oud Goud reeks met Alice in Wonderland en De koerier van de Tsaar en Paul Kruger en De Zwarte Tulp en nog veel meer, en het iets oudere buurmeisje beheerde een plank die helemaal gevuld was met Leni Saris en die als mijn tweede bieb functioneerde. Jij verleest je verstand nog eens, mopperde oma weleens, of ze zei dat het slecht voor mijn ogen was, wat zo was, want ik had op mijn 7e al een brilletje en ik heb het tot -8.25 geschopt.
 
De leesclub waar mijn ouders ooit lid van waren geweest bleek achteraf de nodige schatten uit de wereldliteratuur te bevatten, maar ook dat wist ik gelukkig niet. Er zaten leuke boeken tussen en stomme en dat was dat. Ze hadden ook wat moderne boeken die stuk voor stuk door mij werden afgekeurd. Mulish, Wolkers, ik vond het niks. 

Zo las ik onbekommerd verder, het ene na het andere verhaal met kop en staart opzuigend, tot het voornoemde boekje van Multatuli langskwam. Daarna vond ik verder alles onzin. Multatuli viel midden in mijn extra verlengde puberteit en mijn bijbehorende XL rechtvaardigheidsgevoel en ik had er een misdrijf voor over om het boekwerkje de rest van mijn leven met mij mee te kunnen dragen. Tot op de dag van vandaag lees ik nauwelijks nog fictie.
 
De volgende openbaring na Multatuli was Gerrit Komrij, die mij werd aangereikt door mijn grote studentenliefde. Toen hij vertrok kocht ik zelf maar het boek dat hij wreed met zich meenam, Averechts, een bundel van wat we nu columns noemen en die heeft mij fier overeind gehouden onder de lading flauwekul die tijdens mijn studietijd aan de Sociale Academie, eind jaren zeventig, over mij werd uitgestort. Uit die jaren dateert ook De weg naar het licht van Maarten Biesheuvel (was dat maar fictie). En ik las met veel genoegen Camera Obscura, wat dan wel grotendeels fictie is maar wel met koppen en staarten eraan.
 
Gerard Reve is een geval apart. Ik vond Gerard Reve ook niks, tot ik uit het lood geslagen thuis kwam te zitten, na mijn eerste negen werkzame jaren. Veel groente en weinig aardappelen, dat is geen eten voor een man, een collega duwde het in mijn handen. Ik heb er tranen met tuiten om gestort en als er ooit iets troostend was was het wel die ellende. Ik heb een stapel van een halve meter hoog verzwolgen en al lees ik hem nu niet meer, hij was er toen ik hem nodig had en hij hoort bij het rijtje vrienden. En zijn broer las ik ook doodgemoedereerd, maar dat was weer later.
 
Ik heb hier maar een paar literaire schrijvers in de kast staan en irl zouden ze elkaar vermoedelijk het huis uit vechten. Ze moeten het gezelschap dulden van meisjesschrijfsters, Agatha Christie, Hergé, fotoboeken van Umbrië, het Margriet Kookboek kleine versie en planken vol geschiedenisboeken. Ze horen bij mij, want ze zijn onderdeel van een periode in mijn leven. Ik lees wat mij bevalt en omarmt en verontrust en laat huilen van het schateren, of andersom, of gewoon vermakelijk is, of aardig geformuleerd, of prettig leest als je herstellende bent van een zware verkoudheid. Aanstellerij komt er hier niet in, tenzij het van buitencategorie is, of een kop en een staart heeft, of Gerard Reve heet. Ik doe kortom maar wat, en ik kan het iedereen aanraden.
 
 

woensdag 28 oktober 2015

Vest

Ik ben mijn vest kwijt. Het is geen oud vest. Het is halfnieuw. Het zat net lekker, maar het is nog niet versleten.

Het kon het vest niks schelen hoe ik eruitzag. Het zat nog net zo lekker als ik tien kilo was aangekomen. Het vest trok zich een beetje vast als ik verdrietig was. Het vest was een laagje troost tussen mij en de rest van de wereld.

En nu hangt het vest over de stoel alsof ik niet besta. Ik moet iets verkeerd gedaan hebben. Misschien wil het vest af en toe gestreken worden. Misschien houdt het er niet van om gewassen te worden. Misschien wil het vest alle dagen gedragen worden of juist niet zo vaak. Ik weet het niet, want het vest zwijgt in alle talen.

Het vest hangt daar, en of ik het nu aantrek of niet, of ik het nu was op 30 graden of 40 graden of dat ik het een maand helemaal niet was, het vest reageert nergens op. Het sprookje is voorbij, het vest is een willekeurig vest geworden, een kennis, een bekende, en het kan net zo goed in de kast, bij de andere kennissen. Ik denk dat het vest gewoon niet meer van mij houdt, en daar doe je niks aan.

zondag 11 oktober 2015

#nopegida en Utrecht: ondertussen op het Janskerkhof

Diverse media, waaronder met name de NOS, berichtten vandaag over Internationale Socialisten die de confrontatie met Pegida zouden zijn aangegaan, in plaats van op het 'aanvankelijk aangewezen' plein te blijven.

De feiten.

De Internationale Socialisten hebben een manifestatie georganiseerd op het Janskerkhof. Samen met nog zo'n 200 mensen was ik hierbij. Sprekers waren een Griekse en een Syrische organisatie, de pastor van de Janskerk die was opengesteld, een demonstrant, de voorzitster van de Utrechtse fractie van de PvdA Marleen Haage, raadslid GroenLinks Steven de Vries, een vertegenwoordiger van een moskee in de wijk Overvecht en een Internationale Socialist tevens kaderlid FNV Bouw. Tijdens de laatste spreker hoorden wij de eerste sirenes richting Vredenburg loeien.

Deze demonstratie is vreedzaam verlopen. De voorzitster van de dag (Internationaal Socialiste) verzocht aan het einde de aanwezigen op elkaar te passen en vooral het Vredenburg te mijden, omdat het niet overal veilig was.
Daarna bleven de meesten napraten op het Janskerkhof en/of gingen de Janskerk in. Ik heb niemand richting Vredenburg zien gaan tijdens de demonstratie, en ik heb niemand op de beelden van het Vredenburg herkend van onze demonstratie.

Ik was dan ook volkomen verbluft dat de ongeregeldheden op het Vredenburg in diverse media werden toegeschreven aan de Internationale Socialisten. Zij waren bij ons, ik heb er een aantal eerder ontmoet en ze hadden het druk genoeg met de organisatie. Daarna begon het grote zwijgen. Het woord 'socialisten' viel in het 8 uur journaal niet meer, maar onze demonstratie, blijkbaar groter dan die op het Vredenburg, wordt door de NOS geheel doodgezwegen. Dat maatschappelijke organisaties en lokale politieke partijen zich vreedzaam uitspreken tegen vreemdelingenhaat is voor onze staatsomroep blijkbaar geen nieuws. Als wij met rookbommen hadden gegooid was het uiteraard anders geweest en ik zal dat onthouden.

Ik heb een en ander ondertussen in de vorm van een klacht bij de NOS neergelegd. Voor verslaggeving kunt u zich in de tussentijd beter vervoegen bij RTV Utrecht en/of De Utrechtse Internet Courant DUIC. Update: de NOS meent wel aandacht aan de demonstratie op het Janskerhof te hebben gegeven, zij het wellicht niet zo veel als ik wenselijk vind.

Internationale Socialisten en Janskerk, bedankt voor de organisatie en de ontvangst. We gaan door. #nopegida

Update

De 'socialisten' waren het niet. Wie dan wel? Daar is inmiddels wat meer duidelijkheid over.

De foto is van DeStadUtrecht. Ik hoop dat ze 't niet erg vinden.

woensdag 5 augustus 2015

Win, win, win, win, win. Het alternatief voor de Controlestaat der Nederlanden.

Laten we bijstandsgerechtigden de stormschade laten opruimen, twitterde een lokale partij onlangs, en enthousiast reageerde het plaatselijke sufferdje met : Wat een goed idee! Win-win!
Dat zag ik niet helemaal zitten, in ieder geval niet vanuit de positie van de bijstandsgerechtigde, want volgens mij moeten noodzakelijke werkzaamheden nog altijd beloond worden met tenminste het minimumloon. Tot mijn steile verbazing verkondigde een raadslid van de betreffende partij hierop dat er ook spráke was van het minimumloon: namelijk de gezinsbijstand. Want de bijstand voor een stel is… een bedrag ter hoogte van het minimumloon.
Nu wil het geval dat je voor dat ‘minimumloon’ twéé personen verplicht aan het werk kunt zetten, bijvoorbeeld in de sectoren papier prikken, bloemen vouwen, peuken oprapen of post sorteren, zodat ze allebei werken voor de helft van het minimumloon. Dat kun je toch wel een euvel noemen aan het argument dat er sprake is van minimumloon. 

Ineens schoot de oplossing mij te binnen. Het is het ei van columbus en het is een beproefd ei. Het ei heet ‘De Vaste Baan’. Bij het ei 'De Vaste Baan' verbleekt het basisinkomen.
Stel, je hebt echtpaar in de bijstand. Die kun je allebei aan het schoffelen zetten en dat lijkt in eerste instantie een budgettair interessante oplossing: ze werken allebei voor half loon. Het heeft ook een paar nadelen: er moet voortdurend gecontroleerd en gecijferd worden bij de gemeente (dat kost geld), er moeten cursussen gevolgd worden om te leren solliciteren, netwerken en facebooken (daar gaat een vermogen in om, van uw centen ja) en er moeten beleidsambtenaren (da's niet te goedkoopste soort) tewerkgesteld worden in de regionale samenwerkingsbanenverzinplannen, kortom, de vraag is wat er overblijft van dat halve loon p.p. dat je wint. En er zál gecursusd worden, want het potje cursussen en het potje bijstand zijn gescheiden potjes, en als je geen cursussen geeft krijg je volgend jaar minder van het rijk, en een deel van je personeel komt uit dat potje, enfin, perverse prikkels genoeg om ook 65plussers te leren netwerken, dus van het reïntegratiecircus komen we nooit af. Het echtpaar ondertussen bijt al werkend op het houtje van 1 minmumloon en draagt niet bij aan het zo gewenste aanjagen van de economie.

Maar stel je nu voor dat de eerste die gaat schoffelen een Vaste Baan krijgt. Full time, tegen het minimum loon of zoveel meer als hij/zij geluk heeft. Daarmee is het gezin in één klap uit de bijstand. Dat heeft onnoemlijke voordelen. Om te beginnen is de andere helft van het echtpaar nu volkomen vrij om op welke wijze dan ook in een verdere opbouw van het inkomen te voorzien. Men kan zelfgebreide truien gaan verkopen, komkommers kweken in de achtertuin, zzp-en in het eigen vak, klussen aan huis volgens de personeel-aan-huis-regeling, kranten bezorgen, op marktplaats fietsen verkopen die je van drie oude fietsen hebt gemaakt, tegen een beschaafde vergoeding op kleinkinderen passen, of ook een baan tegen het minimumloon vinden (zet nu de inkomensverdubbelaar in!), geen haan (ambtenaar) die er naar kraait en alle verdiensten vloeien rechtstreeks het gezinsinkomen binnen. Over 'werken loont' gesproken. En het gezin gaat uitgeven. Het koopt die auto misschien nog niet, en dat huis al helemaal niet, maar wel een extra paar schoenen, of een nieuwe eethoek, of wat het gezin dan ook maar versleten heeft in de afgelopen jaren. Het gezin jaagt de economie op als een achterlijke, ik noem dit het de trickle up theory en in tegenstelling tot de trickle down theory gaat deze theory wel werken.
Het ei moet daarnaast wel enorm besparend werken: op de rekenaars bij de sociale dienst, op het reïntegratiecircus, op de sociale rechercheurs en de detectivebureaus, op de camera voor de deur, op de banenplannebeleidsambtenaren, ik heb de cijfers niet maar het zou toch eens serieus uitgerekend moeten worden.

Er zijn alleen twee dingen voor nodig. Nogal moeilijke dingen helaas, en dat zal dan ook wel het struikelblok worden.
Ten eerste de bereidheid om van werk banen te maken. Om te beginnen bij de overheid. Daar maak je je niet populair mee want het adagium is minder minder minder ambtenaren. Het zullen er inderdaad eerst meer meer meer worden, bij voorkeur in de lagere salarisschalen waar men diensten verleent aan het publiek, maar, en nu komt het tweede ding, uiteindelijk zullen er ook heel veel, en duurdere banen, van beleidsambtenaren, controleurs en rekenaars, verdwijnen. Da’s even slikken, maar ja, de laagste schalen maken dat al jaren mee. Nu is het helaas zo dat de beleidsambtenaren het beleid maken, niet de schoffelaars. We zien dan ook dat er inderdaad minder ambtenaren komen, maar wel duurdere: beleidsambtenaren. Deze ambtenaren hebben er in het geheel geen baat bij om het aantal mensen in de bijstand te doen dalen, verbindend als zij bezig zijn op de arbeidsmarkt in stad en regio tegen een redelijk aangenaam salaris. Het is een struikelblok van jewelste, dit, want je vraagt de beleidsambtenaren om een beleid te gaan maken dat hun eigen baan en die van hun gelijken wegbezuinigt voor een fors deel wegbezuinigt.

Toch moet het. Het kan niet anders. We kunnen zo niet doorgaan. We kunnen niet langer tolereren dat er zoveel beleid en zoveel geld nodig zijn om de problemen op te lossen die door datzelfde beleid zijn en worden veroorzaakt. Niet praten over banen, maar onmiddellijk banen aanbieden. Geen drempels maar glijbanen, om een favoriete VVD-kreet hier ter plaatse maar eens te misbruiken. Er moet gewoon (weer) geschoffeld, geblust, en vuilnis opgehaald worden van het geld dat bij de inwoner wordt opgehaald, er moeten bussen van rijden, er moeten zwembaden en bibliotheken van in stand worden gehouden. Wat een werk zal dat opleveren. Wat zullen de burgers trots zijn op de dienstverlening in hun stad. Wat zullen de bestedingen stijgen. En vooral, wat zal Nederland een veel aangenamer land worden, wanneer niet de helft van de bevolking als werk heeft om de andere helft van de bevolking te controleren. Win, win, win, win, win.

vrijdag 29 mei 2015

Verslag van de cursus Wat is politiek

Dames en heren welkom bij de cursus 'Wat is politiek'. Ik ben blij dat u in groten getale bent komen opdagen. De cursus is op beginnersniveau en we beginnen dus met de definitie van politiek. Deze definitie is als volgt:
Politiek is de wijze waarop in een samenleving de belangentegenstellingen van groepen en individuen tot hun recht komen - meestal op basis van onderhandelingen - op de verschillende bestuurlijke en maatschappelijke niveaus.
*de zaal wordt rumoerig*

Stilte! Graag. Ik begin met een eenvoudige opdracht. Bedenk enkele willekeurige belangentegenstellingen in de maatschappij en schrijf deze op een flap-over. U heeft hiervoor 20 minuten de tijd.
*enkele partijen beginnen enthousiast te schrijven, enkele partijen draaien ongemakkelijk op hun stoel.*

Hangt u de flap-overs maar op, er is volop ruimte op de muren. Dankuwel.

Ik begin met de flap-over van de VVD.
Kapitaal - werknemers
Het kapitaal wil groeien, werknemers willen daar zoveel mogelijk loon uit halen.
Kapitaal - MKB
Kapitaal wil groeien, MKB wil daar zoveel mogelijk leningen uit halen en Joost mag weten of ze het ooit terug kunnen betalen.
Kapitaal - natuur
Kapitaal wil groeien, natuur ook.
Kapitaal - politiek
Kapitaal wil de baas zijn, politiek ook.

Dankuwel, ik zie dat u een duidelijk begrip heeft van het verschijnsel 'belangentegenstelling'.

De flap-over van de PvdA nu.
Ik zie dat de flap-over van de PvdA leeg is.
"Wij doen niet aan belangentegenstellingen. Wij verbinden. Iedereen wil hetzelfde, namelijk gelukkige en actieve burgers. Wij willen iedereen de ruimte geven om dit doel te bereiken. We zijn het allemaal eens!"

Ik kom hier later nog op terug.

De SP.
Ah. Ik zie al meteen dat u het bij wijze van spreken eens bent met de VVD. Dat is heel mooi, het is een basis om politiek mee te bedrijven, en u krijgt straks samen een vervolgopdracht bij de behandeling van de module Strategisch handelen en conflicthantering.

*De PvdA steekt zijn vinger op*
"Wij zien toch een belangentegenstelling. De PvdA wil zoveel mogelijk zetels, de SP ook."

Willen de PvdA en de SP even naar voren komen.
U zegt dat u een belangentegenstelling met de SP hier heeft. De vraag was om een belangentegenstelling in de maatschappij te benoemen. De maatschappij begint hier achter de deur. Verder is wat u heeft mogelijk een meningsverschil, maar daarvoor moet u eerst allebei de module Belangentegenstellingen voltooien. Houd dit even vast.
Nee, PvdA, u hoeft dit niet nog beter uit te leggen. *mompelt 'godsamme'*

D66
Kapitaal - werknemers
Het kapitaal wil groeien, werknemers willen daar zoveel mogelijk loon uit halen, en overigens zien wij voor iedereen veel kansen om geld te verdienen in een vrije markt.
Kapitaal - MKB
Kapitaal wil groeien, MKB wil daar zoveel mogelijk leningen uit halen en Joost mag weten of ze het ooit terug kunnen betalen, en overigens zien wij voor iedereen veel kansen om geld te verdienen in een vrije markt.
Kapitaal - natuur
Kapitaal wil groeien, natuur ook, en overigens zien wij voor iedereen veel kansen om geld te verdienen in een vrije markt.
Kapitaal - politiek
Kapitaal wil de baas zijn, politiek ook, en overigens zien wij voor iedereen veel kansen om geld te verdienen in een vrije markt.

Ah. Ik ben heel benieuwd naar de kansen die u ziet, maar u treedt daarmee buiten het kader van de vraag en we moeten eerst de basis op orde hebben.

de PVV
Burgers willen hier leven in vrede en veiligheid, asielzoekers willen hier leven in vrede en veiligheid.
Burgers willen hier een bestaansminimum, asielzoekers willen hier een bestaansminimum.

PVV, wilt u even naar voren komen.
Ik vroeg om meerdere en tegengestelde belangen in de maatschappij. U krijgt huiswerk van mij. Benoem belangentegenstellingen, maak deze SMART, en betrek hierbij meerdere groepen in de samenleving. Als het helpt mag u het eerst formuleren met gebruikmaking van de termen 'meer' en 'minder'.

GroenLinks
Burgers willen schone lucht, burgers willen in een vieze dieselauto rijden.
Burgers willen schone lucht, burgers willen geen windmolens.

Ah. GroenLinks. U raakt hier een belangrijk politiek beginsel, en dat is dat niet alle burgers hetzelfde willen. Soms wil zelfs één burger niet hetzelfde. Dat is eigenlijk voor gevorderden, maar ik reken het goed. Probeert u wel ook een beetje, in dit stadium, om in grote lijnen te blijven denken.

Afsluiting
Dames en heren. Ik kan niet alle flap-overs bespreken maar ik zie voldoende mogelijkheden om hier vervolgopdrachten mee te formuleren. Dankuwel.
En wil de PvdA even naar voren komen.

Waartoe bent u op aarde PvdA? Kunt u dat formuleren? "Nou gewoon, om mee te besturen, en verantwoordelijkheid te nemen, en Nederland sterker en socialer te maken en dergelijke. Hoezo?"
Ik moet u helaas uitsluiten van deelname PvdA, u voldoet niet aan het noodzakelijke ingangsniveau. Ik raad u aan om deze oefening eerst thuis een aantal malen te doen. Als u wilt kunt u daar ondersteuning bij krijgen en de definitie van politiek kunt u nalezen op Wikipedia. U kunt ook tijdelijk een transitie overwegen naar een buitenparlementaire debatvereniging. Ik wens u het beste.



dinsdag 3 maart 2015

Vragen, vragen, vragen. Een op geld waardeerbare blog.

In Monitor zagen we deze week hoe een oma, tevens schoonmoeder van Lange Frans, € 34.000 aan bijstand en boete moet betalen omdat de kleinkinderen te vaak bij haar zijn geweest. Kleinkinderen, daar kun je op passen als ze toch bij je zijn, en op kinderen passen, dat is op geld waardeerbare arbeid. Daar moet je dus geld voor rekenen, tenminste, als je dat structureel doet, of op afspraak. Als je in de bijstand zit dan. Heel Nederland was stomverbaasd over deze economische opvatting van familieliefde maar het uitgangspunt dat je geacht wordt je familie geld te vragen voor activiteiten die je ter liefde Gods ontplooit maakt inmiddels onderdeel uit van de vakliteratuur. PvdA-woordvoerder sociale verzekeringen en voorzieningen John Kerstens verkondigde in Monitor dus de gangbare uitleg en kwam daar pas op terug toen het halve land over hem heenviel.

Als je in de bijstand zit, mensen, dan mag je niet deelnemen aan het familie- en buurtleven zoals een ander en al helemaal niet als je ergens goed in bent. Dus ben je een oma dan mag je niet oppassen en ben je, bijvoorbeeld, rijinstructeur, dan mag je je dochter niet gratis lesgeven. Uw buren zien daar op toe, wel weer gratis natuurlijk, en als ze het melden bent u de lul voor volledige betaling van wat uw familieliefde waard is plus 100% boete. Dat is dan trouwens ook wel weer een interessante casus, want stel dat uw buren de halve straat aangeven en zelf ook een uitkering genieten dan zou je voor hetzelfde geld kunnen stellen dat dat op geld waardeerbare arbeid is.

Naar aanleiding van de schoonmoeder van Lange Frans gaan er nu kamervragen gesteld worden, want er moet helderheid komen. Ik denk even constructief mee.

Stel ik zit in de bijstand. Mag ik nu:
- Boodschappen doen voor een buurvrouw met griep? Albert Heijn vraagt er geld voor. Niet? Is normale burenhulp? OK. En een buurvrouw met een gebroken been? Zes weken zeg maar? Moeilijk? En een buurvrouw die vergeten is waar de winkel is? Nu klinkt het wel structureel. En stel dat ik bij Albert Heijn gewerkt heb, als boodschappenbezorger? Mag ik nu mijn expertise inzetten?
- De haren van de kinderen van de buurvrouw knippen die ook in de bijstand zit? Ik ben daar toevallig heel handig in en 't mens heeft geen cent te makken. Het hele zootje gaat op een rijtje zitten en hup hup. Ja? Mag? En als ik gediplomeerd kapster ben? Nee zeker hè? Misschien de struiken snoeien? Of lijkt dat er teveel op? Wel?
- De struiken van de buuf snoeien? Ik ben tuinman ja. Niet dus. Snap ik. Mag ik wel de haren van de kinderen knippen? Ik woon aan de andere kant ja. Okee, dus ik mag de haren knippen, en dat buuf ter andere zijde dan de tuin doet? Prima, duurt iets langer en het resultaat is navenant maar dan doen we 't zo.
-Verliefd worden op de buurman? Nou ja, verliefd, verliefd, neenee we wonen niet samen nee echt niet (krijg je dat weer) nee, ik geil gewoon een beetje op 'm. Ik heb wel zin in 'm zeg maar. Ik wou wel eens een keertje, nou ja. Ja. Ja klopt. Ik was vroeger inderdaad zeg maar sekswerker zoals dat heet. Veel mee verdiend toen maar da's allemaal op. En nou met die kinderen zie ik dat niet meer zitten. Nee hè. Ik zag de bui al hangen. Ik kan 't wel vergeten. Mijn seks is op geld waardeerbaar. Geen hotseflots meer voor mij, had ik maar kapster moeten worden.

U had het allemaal kunnen weten want hier vindt u, uit april 2014, een keurig vakartikel uit een keurig vakblad over op geld waardeerbare arbeid, dat alle woordvoerders sociale zekerheid en voorzieningen ongetwijfeld van a tot z kunnen opdreunen, waarin de oma van de kinderen van Lange Frans figureert, net als de rijinstructeur, en dat de medewerkers van de sociale diensten om de oren krijgen als ze hun targets niet halen. En nu gaan we dus vragen stellen in de Tweede Kamer maar ik zou bij Toutatis niet weten welke want alles is al lang bekend of zou dat moeten zijn. En met die van mij kun je toch niet aankomen. Of wel.

vrijdag 5 december 2014

Hoe ABNAMRO liegt als u niet contactloos wilt betalen

Ik heb hier een nieuwe pas liggen. Van de ABNAMRO. De pas betaalt contactloos. Dat wil ik niet. De ABNAMRO wel. Heel graag zelfs. Zo graag dat de ABNAMRO het mij onmogelijk wil maken om het contactloos betalen uit te zetten.

In tegenstelling tot bij ING staat er niets op de site van ABNAMRO over wat ik kan doen om contactloos betalen uit te zetten. Wel kan ik een speciaal hoesje op een kantoor afhalen, zodat mensen op straat niet mijn pas kunnen uitlezen en geld van mijn rekening halen. Omdat het zo veilig is.

Dus ik bel. En ik zeg tegen de wat-kan-ik-voor-u-doen-mevrouw: "U kunt mijn contactloos betalen uitzetten." Tot mijn steile verbazing zegt de mevrouw: "Dat kan niet." Ik zeg "O? Hoe vreemd. Bij de ING kan 't wel." Nu wordt de mevrouw een beetje onrustig en zegt "Momentje." Ik wacht. Daar is de mevrouw weer. "Dan moet ik een nieuwe pas voor u aanvragen." Na wat geheenenweer met postcode, geb.dat. en pasnummer legt de mevrouw mij uit: "Ik ga nu een nieuwe pas voor u aanvragen. Die moet u dan wel op kantoor laten activeren. Met een identiteitsbewijs." "O? Wat vreemd. Dus een pas met contactloos betalen kunt u mij zo toesturen en voor een pas zonder contactloos betalen moet ik mij op kantoor komen legitimeren?" Dat vindt de mevrouw niet leuk en ze voegt mij een beetje bits toe dat het niet anders kan. Ik vind het dus maar goed.

De mevrouw vat het nog even samen: "Dus ik ga nu een nieuwe pas aanvragen, en u gaat daarmee naar kantoor met een identiteitsbewijs. Dat is dan zonder kosten hoor. Dat heb ik erbij gezet." "Dat moest er nog bijkomen!" zeg ik verbijsterd.

ABNAMRO. Je liegt. Met je dat kan niet. Ga je in een hoekje heel erg diep zitten schamen.

UPDATE 4-11-2015

Brief: "U ontvangt binnenkort een nieuwe pas." Nog geen jaar na mijn vorige twee nieuwe passen.

Ik bel wantrouwig over het waarom en JA HOOR. "U heeft nog geen contactloos betalen!" "&%÷€#₩×!!!". "O. Sorry. Ja. Dat doet het systeem automatisch..."

Enfin. De nieuwe pas wordt geblokkeerd en ik ben inmiddels al tien maanden overgestapt. Nog drie maanden, dan kan de schaar er definitief in.

zaterdag 11 oktober 2014

Lieve Volkskrant

"MODESCHOOL
Tas van Chanel?

Marieke (24): 'Ik ben binnenkort jarig en dan word ik 25. Dat leek mij een uitgelezen moment voor de aanschaf van mijn eerste designertas. Ik droom namelijk al jaren van zo'n tas. Jarenlang stond de klassieker van Chanel, de 2.55, bovenaan mijn lijstje. Maar de laatste tijd twijfel ik, omdat ik die tas zoveel zie. Hoe denkt u over de tas van Chanel? En wat is een goed alternatief?'

Moderedacteur Bregje Lampe: 'Ik snap de aantrekkingskracht van de Chanel 2.55, maar ik vind het een lastige tas. Er zijn tegenwoordig zo veel kopieën in omloop die nauwelijks van echt zijn te onderscheiden, dat de tas allang niet meer zo chic is als-ie ooit was. Nog even en het is een ordinair ding. En dat voor minstens 1500 euro; niet eens meer buitensporig veel voor een designertas. Maar het is toch zonde als je dan zo veel mensen met dezelfde tas tegenkomt? Ga voor een wat minder bekend model, van een wat minder bekend merk, zoals (......)'"

Volkskrant, 11 oktober 2014.

dinsdag 9 september 2014

Geef niet, en vooral niet gul

Ik ben zo oud dat ik me kan herinneren dat je van een uitkering min of meer rondkwam. Uitkering of niet, als je huur te hoog was voor je inkomen kreeg je huursubsidie, als je kinderen had kreeg je kinderbijslag en voor ziektekosten was je betaalbaar verzekerd bij het ziekenfonds, zonder eigen risico. Zat je erg lang erg laag dan kon je bijzondere bijstand aanvragen voor dure maar noodzakelijke aanschaffen. Dat was het wel zo'n beetje.

Tegenwoordig krijg je een uitkering die standaard te laag is. Om die uitkering aan te vullen moet je toeslagen aanvragen bij de belastingdienst. Onlangs bleek uit een onderzoekje dat deskundigen niet in staat waren om foutloos aan te geven waar de voorgelegde casussen recht op hadden, de belastingdienst heeft iedere maand een andere reden om niet tot uitkering over te gaan en mensen die na jarenlange trouwe dienst bij het UWV aankloppen voor de WW waar ze premie voor betaald hebben krijgen groepsgewijs als eerste vraag voorgelegd of ze wel weten wat ze hun medeburgers kosten, waarna ze van schrik een fout maken in hun aanvraagformulier waarop een inhouding van 3 maanden volgt. Kortom, zonder een prijs in de staatsloterij of een flinke erfenis kom je zo'n periode financieel niet ongeschonden door.

Gelukkig zijn er veel mensen die dat heel erg vinden en zich het lot van deze mensen aantrekken. Ze hebben zich gewend tot de regering met het verzoek een ieniemienie beetje meer belasting te mogen betalen en ook anderszins de zaak een ieniemienie beetje te herschikken zodat er genoeg geld is om iedereen die geen werk heeft te voorzien van een inkomen waarvan een bescheiden mens de kosten van een bescheiden participerende levensstijl kan bekostigen.
Nee natuurlijk. Wie wil er nou meer belasting betalen. Belasting betalen is kut.

Toen was er ineens een Voedselbank. Als een duveltje uit een doosje. De Voedselbank verzamelde eten en gaf dat aan de armen. Tijdelijk, natuurlijk. Men streefde naar een situatie waarin de voedselbank overbodig zou zijn. Maar de hardwerkende burger ontdekte dat geld of eten geven aan een Voedselbank heel anders voelt dan belasting betalen. Goed, voelt dat. En het mooie is dus dat dit goede gevoel te koop is. De hardwerkende burger raakte er een beetje verslaafd aan. Hij ging nog eens denken en hopsakee ping, behalve eten moeten mensen ook kleren hebben. Dus er kwam een Kledingbank. Nu kon je het goede gevoel ook kopen met je ouwe kleren. Dat was zelfs min of meer gratis, want anders gooide je het toch maar weg en je gunt je Lacoste polootje in de kleur van vorig jaar toch een tweede leven.

Sommige dingen kosten gewoon geld. Soms begin je niks met een pak macaroni of een altmodisch colbertje. Stel, iemand heeft een afgrijselijk geval van Post Traumatische Stress Stoornis onder de leden en moet nodig in therapie. Nu wordt hij geconfronteerd met een eigen risico, van honderden euro's, en dat heeft hij niet. Ook daar is iets op gevonden: een bedelsite, www.steungezin.nl. De burgemeester heeft de arme posttraumatisch gestoorde daar een brief over gestuurd, alle mensen die net zo arm zijn als de gestoorde hebben die brief gekregen. Als hij daar nou zijn verhaal doet, anoniem natuurlijk, het is alleen wel leuk als hij iets over zijn hobby's vertelt enzo, en vooral ook wat het met hem zou doen als iemand hem zou helpen, dan raakt iemand misschien wel helemaal tot krokodillentranen toe geroerd en gaat zijn rekening betalen! Blijf geloven want je weet maar nooit!

Een keer heb ik geld gegeven aan de voedselbank. Per ongeluk. Overvallen op een plek waar ik het niet verwachtte. Ik heb er nog steeds een vieze smaak van in mijn mond. Niemand zou moeten bedelen. Niemand zou moeten geven. Als je wil geven, betaal dan je belasting en eis dat iedereen die het nodig heeft daar op een waardige manier van wordt onderhouden. Zoals dat hoort, in een beschaafd land.

vrijdag 25 juli 2014

Leve de hokjesgeest

Ik denk graag in hokjes. En ik ben heel rechtlijnig. Zo heb ik de maatschappij keurig opgedeeld in bedrijven, overheden en organisaties ten behoeve van het algemeen nut.

Bedrijven verdienen geld. Dat is waartoe zij op aarde zijn. Verdienen zij het niet dan gaan zij failliet. Het geld is hun middel en hun recht van bestaan. En passant maken zij soms aardige produkten, bakken zij ons brood, betalen zij ons loon uit en sponsoren zij een wielerploeg maar daar gaat het allemaal niet om. Aan het einde van de maand moet de teller in de plus staan, anders einde bedrijf.

Overheden faciliteren en ondersteunen waar nodig. Ze halen geld op uit de samenleving om dat te doen. Als ze geld nodig hebben zeggen ze hier met dat geld en verhogen een belasting of verzinnen een nieuwe. Van dat geld leggen ze wegen aan, geven ze onderwijs en hangen ze bloembakken op het dorpsplein. Verder ondersteunen ze mensen en organisaties die dat nodig hebben, waarbij de mate waarin afhangt van de kleur van het kabinet en de gemeenteraad.

Dan heb je nog instellingen voor het algemeen nut. Die doen goede dingen. Vaak zijn dat stichtingen zonder winstoogmerk. Ze helpen drugsverslaafden, geven arme mensen te eten, maken zieke kinderen aan het lachen of bevorderen de Volkskracht. Het geld komt grotendeels uit giften van particulieren en bedrijven en uit subsidies van de overheid en soms van bijdragen van diegenen die de weldaad ontvangen, bijvoorbeeld in de vorm van huurpenningen.

Geld verdienen, faciliteren en ondersteunen, goede dingen doen. Een heldere taakverdeling zou je zeggen, met de bevoegdheden keurig gescheiden.
Jammer genoeg ziet niet iedereen het nut, ik zeg zelfs de noodzaak, van deze scheiding in.
De afgelopen decennia vervaagden de grenzen. Bedrijven moesten Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Ambtenaren moesten ondernemend zijn. Stichtingen moesten bedrijfsmatig werken. De gevolgen zijn desastreus.

Bedrijven profileren zich door gangen en persberichten te behangen met bewijzen van maatschappelijke verantwoordelijkheid en duurzaamheid. Ondertussen gaan ze gewoon hun goddelijke gang, maar dan ondergronds. Hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en duurzaamheid zijn marketingtools en zolang het meer klanten oplevert geven ze er af en toe een snipper aan uit. Dat kan niet anders. Anders gaan ze failliet. Het is een kapitalistische wereld mensen. Als je aan het eind van de maand rood staat ben je af.

Overheden worden geconfronteerd met al te ondernemende ambtenaren. Targets en de eigen carrière zijn belangrijker dan de burger. Prestigeprojecten als Culturele Hoofdstad mogen tientallen miljoenen kosten terwijl bibliotheken, muziekscholen en zwembaden onder vuur lagen. En meermaals kreeg de gemeente Utrecht, bijvoorbeeld, te maken met ondernemende, o nee frauderende, ambtenaren bij Stadswerken en Onroerend Goed.
Andersom gingen typische overheidstaken naar bedrijven. Verzekeringsbedrijven sporen zorgfraude op en mogen daartoe uw medisch dossier inzien. Bewakingsbedrijven beheren opgesloten asielzoekers.

Stichtingen verloren hun doel uit het oog en werden, bijvoorbeeld, ondernemingen die met derivaten speculeerden en oude schepen opknapten in plaats van huizen te bouwen. De Stichting Zuwe Hofpoortziekenhuis is een bedrijf geworden, met bedrijfsgeheimen.

Ik zeg: terug in je hok. Allemaal. Er zijn politieke partijen die dat ook vinden, er zijn politieke partijen die dat niet vinden en er is een politieke partij die het niet snapt. Dat is de PvdA. De PvdA, die nu al tientallen jaren van harte meewerkt aan de vervaging van de grenzen, beklaagt zich iedere keer weer huilend over de gevolgen. Het gaat door tot de dag van vandaag, nu de gemeente Utrecht, precies volgens de opdracht van de PvdA - lid van het net teruggetreden college - de 'sociale buurttteams' heeft aanbesteed. Jánk
(Dat krijg je er nu van als je denkt dat bedrijven op aarde zijn opdat mensen gelukkig en actief zijn, zoals een locale PvdA penningmeester mij gisteren nog wist te melden.)

Ik kan wel tegen een andere mening en erger mij zelden aan de VVD. Ik kan niet tegen stompzinnigheid, en vooral niet als die stompzinnigheid regeert en vervolgens in tranen uitbarst over de ongelukken die ze zelf veroorzaakt. Nee PvdA, het ligt niet aan bedrijven die zich niet netjes gedragen. Het ligt aan het feit dat het bedrijven zijn. PvdA, ga eens nadenken over waartoe je op aarde bent, over waartoe de overheid op aarde is, over wat je in haar handen moet leggen. Terug in het studeerhok. En hou op met dat gejank of je krijgt een draai om je oren.

maandag 30 juni 2014

KLM en andere berichten uit Horkenland

De tweet: Adios Amigos, de foto ‘Departures’ met daarop een archetypisch Mexicaans mannetje. Zo meende de servicedesk van de KLM de overwinning van het Nederlands elftal op de Mexicanen te moeten vieren.

Mexicanen werden woedend. Flauw. Mexicanen kunnen niet tegen een grapje. Amerikanen werden woedend. Engelsen werden woedend. Een Italiaanse werd woedend. Het werd allengs duidelijker: op de hele wereld kunnen alleen Nederlanders tegen een grapje.
We hebben recent meer soortgelijke incidenten gehad. Terwijl Nederland over de grond rolt van het lachen haalt de wereld zijn wenkbrauwen op. Dat ligt natuurlijk aan de wereld maar we passen ons dan in jezusnaam maar aan. De KLM verwijdert de tweet. Het was echt gewoon een grapje, maar er kwamen teveel reacties op.

Ik wou het hoofdstuk ‘racisme’ maar overslaan, dat is al eerder uitgebreid geschreven door anderen en het heeft niet geholpen. Ik wou het eens ouderwets over manieren hebben.
Wanneer jullie, jongens en meisjes van de twitterbalie van de KLM, zitten te twitteren, dan spreken jullie namens KLM tot de wereld. Het account @KLM zegt het zelf: Official Global Account. Jullie zijn daar niet onder je vriendjes. Elke seconde die jullie daar doorbrengen zijn jullie op aarde om je te bekommeren om het welzijn van de klanten van de KLM. Jullie staan niet op het podium, jullie zitten aan de servicebalie. Wij zijn de klanten, niet het publiek. Wij verwachten een professionele dienstverlenende houding. Wij betalen niet voor studentikoze ongein. Botte ongein bovendien, die namens de KLM zegt: fuck de klanten, ik zit hier voor mijn lol. Zo wordt ongein een gekwalificeerde belediging. Wat jullie volledig missen is dat precies die context zo kwaad maakt. Zoals een Mexicaan zei: wanneer een willekeurige privépersoon zoiets zegt is dat iets heel anders. Van de Royal Dutch Airlines pik ik dit niet.
Dan, beste jongens en meisjes van de twitterbalie, is er nog de stelregel voor de omgang met de verliezende tegenstander. Ook daar kunnen we een overtreding noteren. Een waardige winnaar laat de verliezende tegenstander op waardige wijze de arena verlaten. Ook dit is een element dat aan jullie botte hersens schijnt te ontsnappen. Bestudeer de reactie van de Mexicaanse vliegmaatschappij maar eens. Deze is heel leerzaam als je iets wilt weten over wat dat is, waardigheid. Of kijk eens een wedstrijdje snooker op de BBC.

Jammer genoeg weten wij in Nederland al niet beter. Horkerig gedrag komen wij als klanten in Nederland overal tegen. De bijbeunende student die onder het vakkenvullen luidkeels de details van zijn stapavond deelt met de collega's die zich binnen schreeuwafstand bevinden. De servicedeskmedewerker van de Hema die, gehuld in een modieuze afzakbroek, een onsmakelijk uitzicht biedt wanneer hij zich omdraait en bukt om iets uit de la te halen. De ojee-ober die een glas wijn over een klant uitgiet en naar de keuken draaft om terug te komen met de smerigste dweil die je ooit hebt geroken. De baliemedewerker van een bank die bij een klacht over zijn geklep met collega's riposteert: “U moet maar denken mevrouw, u staat hier 20 minuten, ik sta hier de hele dag.” (Ook dat was een grapje, uiteraard.)

Dankzij de Royal Dutch Airlines is onze reputatie als onbeschofte brokken ongeleide hilariteit met een korte broek gewoon weer eens bevestigd. Wat dat betreft is er niets aan de hand. Maar als men voortaan in het buitenland vraagt of wij uit Duitsland komen zeg ik gewoon ja.

dinsdag 22 april 2014

Het is hier verdomme Sing Sing niet

Mantelzorgboete. Driehonderd euro van je AOW af als je bij je kinderen gaat wonen. Maar wat heet bij je kinderen wonen?
Een vriend van ons kocht jaren geleden een huis op het platteland, samen met zijn moeder. De garage (met vliering) werd verbouwd tot een zelfstandige wooneenheid. Woonkamer, keuken, badkamer, slaapkamer en eigen voordeur. Ze zagen geen reden om de binnendeur dicht te metselen, maar ieder leidde zijn/haar eigen leven. Moeder paste weleens op de hond, zoon zorgde dat het autootje rijklaar was. Ze aten apart, uitzonderingen daargelaten. En ze klopten, voor ze de binnendeur doorgingen.

Gaat er nu binnenkort 300 euro van moeders AOW af? Ik zou zeggen van niet, maar niemand schijnt het te weten. Ik zou zeggen dat beiden een zelfstandige woning hebben en een zelfstandige huishouding voeren. Als je dit als één huishouding ziet en moeder derhalve 300 euro kort op haar AOW moeten ze dan voortaan dus maar dezelfde krant lezen, het telefoonnummer delen, samen tv kijken? Ja, dat zal wel moeten, want geld voor een afzonderlijke huishouding heeft moeder niet meer. Is dat de bedoeling?

Stel dat het goed gaat. Stel dat de voordeuren worden geaccepteerd voor wat ze zijn: twee aparte voordeuren met twee aparte levens erachter. Steunend en kreunend wordt het gedoogd. Maar er ontstaat een probleempje in de loop der jaren. Moeder gaat dementeren. Of breekt een heup. Of is wegens algeheel gevorderde leeftijd in het algemeen eigenlijk niet meer in staat om een zelfstandige huishouding te voeren. En zoon moet meer en meer inspringen. En stel de AOW komt daar achter. Door een onaangekondigd huisbezoek misschien. Of doordat zoon zich genoodzaakt ziet extra hulp in te schakelen. Kan niet natuurlijk. Je zult met man en macht iedereen buiten de deur moeten zien te houden want anders gaat het heul veul geld kosten. Dat weet de overheid ook wel, dus er zal gecontroleerd worden. Jaarlijks? Maandelijks? Wat staat ze te wachten? Klingeling ik kom even de was controleren & wat doen die onderbroeken daar bij mekaar in de trommel, mag ik even zien wat u eet & wat doen die aardappelen bij mekaar in de pan, en by the way heeft u nog wel twee omroepgidsen?

Stel je moeder woont niet naast je maar er zit een huis tussen. Maar jij slaapt daar 's-nachts, om en om met je broers en zussen, omdat moeder niet meer alleen kan zijn. Of ze eet elke dag bij jou, omdat ze het anders vergeet.
Voert deze moeder wel een eigen huishouding? Waarom dan? Omdat er een huis tussen zit? Of ook dan niet? En als moeder om de hoek woont? In de volgende straat dan? En mag je dan haar was doen? Hoe vaak mag ze komen eten? Mag er wel iemand slapen? Zo ja hoe vaak? Waar ligt de grens? En hoe controleren we dat? Met nachtelijke invallen? Met camera's op de waslijn?

En dan nog eens wat. Stel dat je geen geld hebt om een vleugel te verbouwen, of zelfs een bungalow in de tuin te zetten, een huisnummer aan te vragen, en al die dingen die mensen met een beetje geld nog kunnen bedenken om de dans misschien te ontspringen. Wat als je maar gewoon een rijtjeshuis hebt en moeder op zolder zet, met een keukenblokje en een douchecabine, zodat je toch een beetje op jezelf kan zijn. Ik vrees dat je dan kansloos bent en dat, zoals gewoonlijk, Jan met de pet ook weer Jan met de korte achternaam zal blijken te zijn.

Ik weet niet hoe het u vergaat maar ik pik dit niet meer. Sodemieter op overheid met je gewroet en je gewantrouw, je leugens en je participatieflauwekul. Het is hier verdomme Sing Sing niet. Eerste Kamer, doe je werk.

vrijdag 14 februari 2014

Stem lokaal! (of gewoon niet)

AbvaKaboFNV publiceerde vandaag een onderzoek naar de kwaliteit van de organisatie van de thuiszorg door 44 verantwoordelijke wethouders (van zes gemeenten waren niet alle gegevens voorhanden). De kwaliteit werd getoetst aan zaken die voor de zorgmedewerkers en voor de cliënten van belang zijn. U vindt het onderzoek onderaan deze blog. Het onderzoek onderstreept iets interessants over de relatie tussen landelijke partijen en plaatselijke resultaten: die is er niet. Maar eerst de uitslag.

Bij iedere gemeente werden naam en politieke partij van de verantwoordelijke wethouder vermeld. Het leek me aardig om daar een teamwedstrijd van te maken. Dit werd de uitslag (tussen haakjes het aantal wethouders; partijen die maar één wethouder leverden staan onderaan).

D66 21,5 (4)
Lokaal 20 (3)
SP 18,7 (3)
PvdA 16,5 (13)
VVD 16 (2)
CDA 14,9 (9)
GroenLinks 14 (7)
OPA 21 (1)
SGP 21 (1)
Christen Unie 13 (1)

Hier valt u vast wel vanalles aan op, de nummer 1 bijvoorbeeld, en de posities van CDA en GroenLinks zijn opmerkelijk te noemen.

Wat u niet aan dit lijstje kunt aflezen, maar wel uit het onderzoek kunt halen, is dat er bij de partijen met veel wethouders, namelijk PvdA, CDA en GroenLinks, enorme lokale verschillen zijn geconstateerd. De beste verantwoordelijke PvdA-wethouder scoort 23, de slechtste 8. Bij het CDA zijn de cijfers 24 respectievelijk 2 en bij GroenLinks 21 en 2. Ook de SP, met 3 wethouders, scoort wisselend, met 26 en 13. Van de landelijke partijen scoort alleen D66 enigszins consistent met 27/18, maar dat zijn maar 4 wethouders, en je kunt ook wel een betere krijgen dan 18 voor hetzelfde geld.

Kortom. Als u gaat stemmen, stem dan lokaal. Niet persé een lokale partij, maar overtuig u van de kwaliteiten van uw plaatselijke kandidaten voor de gemeenteraad. Sla in het geheel geen acht op de rozen die Diederik Samsom u wil slijten, of de gloedvolle inspirerende toespraak van Bram van Ojik, misschien proberen ze u wel een 2 aan te smeren. Sluit lokale partijen niet bij voorbaat uit; dit onderzoek geeft daar geen reden toe.

Het is verder wat mij betreft bijzonder merkwaardig dat u uw gemeenteraadsleden mag kiezen, en straks ook uw burgemeester, maar niet uw verantwoordelijke wethouder, die in feite de spil van het beleid is. De wethouder wordt voorgedragen als het accoord in kannen en kruiken is, hoeft niet op de kandidatenlijst gestaan te hebben en kan zomaar iemand van de andere kant van het land zijn waar u nog nooit van gehoord hebt. Sinds 2002 is dat zo, en het is wat mij betreft een regeling die niet voor de volle 100% een verbetering is.
Als u stemt, stemt u dus ook voor een groot gedeelte op het voorstellingsvermogen dat u heeft van de kwaliteit van uw kandidaat om de juiste wethouder te selecteren, en dan kan het ook nog gebeuren dat het landelijk bureau uw lievelingsfractie iemand in de maag splitst, zodat zij al vanaf dag 1 achter de feiten aanholt. Als u dat niks vindt zult u op een lokale partij moeten stemmen, mits voorradig en van voldoende niveau.

Zelf ga ik niet stemmen. Dat heb ik altijd wel gedaan. Ik heb mijn huiswerk gedaan, ik heb een jaar via live televisie de gemeenteraadsvergaderingen gevolgd, en mijn kandidaten zijn al weg of stoppen ermee. Verder heeft de Utrechtse gemeenteraad de gewoonte om, als zij al weigert om zich als stemvee te laten gebruiken, dit te doen als de rit al gelopen is, met als gevolg wethouders wien de stoom uit de oren komt, niet geheel onterecht, of het verzet wordt ingegeven door naderende verkiezingen, waar je dan als kiezer weer een beetje misselijk van wordt. En tot slot, ik stem uitsluitend voor de gemeenteraad, die een groot deel van de tijd achter de feiten aanholt, over de uiteindelijke bestuurders heb ik niets te zeggen, en dat bevalt me voor geen meter.

Wethouders en thuiszorg: het onderzoek van AbvaKabo

Ook wethouder moet keuze maken - door Juliën van Ostaaijen

dinsdag 4 februari 2014

Kees

Toen ik Kees voor het eerst zag dacht ik hemeltje. Het was op een bridgeclub. Ik was nieuw. Kees was broodmager en leed af en toe aan verminderde zelfzorg. Dan had hij een vlassig baardje en zelfs zonder dat baardje leek hij sprekend op Catweazle maar mét baardje helemaal, dus. Laten we het er maar op houden dat Kees opviel als je voor het eerst op de club kwam.

Kees zat in de bijstand. Kees had een probleem met alcohol. Kees had zijn studie niet afgemaakt. Kees was verliefd op een getrouwde vrouw, en de man van die vrouw was rijk. Dat was ongeveer de situatie toen ik Kees leerde kennen.
Ik was zelf ook niet helemaal lekker in die dagen en Kees wist dat. Ik zat eens aan de bar en jawel, paniekaanval. Zo uit de lucht. " 't Gaat niet goed geloof ik hè" zei Kees droog. "Nee", zei ik, want eenlettergrepige woorden gingen altijd nog prima. "Ik zie het. Biertje?" zei Kees. "Graag", en terwijl we zwijgend naast elkaar zaten met onze biertjes voor ons voelde ik de paniek wegebben.
Kees was dus aardig. Erg aardig zelfs, op een bescheiden manier. Ik raakte gesteld op Kees, op dezelfde bescheiden manier, en soms bridgden we samen, in de zomer, of op een kroegendrive. Voor de gezelligheid.

Zomin als Kees zich met mijn problemen bemoeide, zomin deed ik dat met de zijne. Ik raapte hem zwijgend van de straat als hij strontlazarus van de fiets donderde en zei niets van het gebroken brillenglas waar hij maanden mee doorliep.
Anderen waren daar wat sturender in. Als het gebrek aan verzorging groteske vormen aan begon te nemen was er altijd wel iemand die hem mee naar huis nam, hem in bad stopte, zijn haren knipte en zijn kleren waste. Daarna verscheen Kees onherkenbaar verzorgd op de bridgeclub, maar dat was altijd maar tijdelijk.

Er kwam een bijstands-veegactie. De ene na de andere werkloze bridger ging aan het werk, in een Melkertbaan, als conciërge bij een school, als manusje-van-alles bij een buurthuis. Zo niet Kees. Kees was onbemiddelbaar. Ik denk dat Kees in een apart bakje terecht was gekomen waarop stond: mee leren leven.

Ik moest aan Kees denken toen ik hoorde dat het er definief van gaat komen, de tegenprestatie. Ik kan u precies vertellen hoe het met Kees zou zijn afgelopen. Kees zou niet presentabel bevonden zijn, Kees zou een strafkorting van 3 maanden hebben gekregen, Kees zou van zijn studentenkamertje afgegooid zijn en Kees zou gestopt zijn met de bridgeclub die zijn sociale omgeving en zijn mantelzorger was. Maar Kees is dood, nog geen vijftig is Kees geworden, en dat is maar goed ook zei ik tegen man, "het is maar goed dat Kees dat niet meer mee hoeft te maken want dat was niks geworden", zo zei ik het.

Er zijn veel Kezen. Achtergebleven na de laatste veegactie en als droesem naar de bodems van de bakjes gezakt. Er zijn natuurlijk niet alleen Kezen. Er zijn vast wel weer mensen bijgekomen, Wimmen en Klazen en Samira's en Moestafa's enzo die wel kunnen werken, maar als die eenmaal zover zijn dan zijn er geen banen en dat is weer een ander chapiter. Hoe dan ook, ik betaal voor ze en ik wens dat ze met rust worden gelaten, vooral de Kezen, waar u niet jaloers op hoeft te zijn en die als Kees heel veel waarde voor hun medemens kunnen hebben, al is het niet mogelijk om dat in verdienvermogen uit te drukken.

woensdag 29 januari 2014

Allemaal in je blootje: de PvdA als crypto-naturistenpartij

Staatssecretaris Jetta Klijnsma van de PvdA heeft met de bijstand de volgende plannen:
  • Een verplichte wachttijd van 4 weken, om er zeker van te zijn dat u de bijstandsperiode met een flinke schuld begint, of uw potje voor onvoorziene uitgaven dadelijk al kwijt bent. Nog even en u loopt in uw blootje omdat u geen kleding meer kunt betalen (de eerste kledingbank is overigens al gesignaleerd).
  • Regels met betrekking tot het uiterlijk: niet presentabel = 3 maanden verplichte strafinhouding, om er zeker van te zijn dat u daarna helemaal geen kleding meer kunt betalen, en zelfs uw huis al bent uitgezet, zodat het wassen van de bestaande kleding ook een probleem wordt en voor u het weet loopt u in uw blootje.
  • Verplichte tegenprestatie: werken bij een commercieel bedrijf met behoud van uitkering, bijvoorbeeld de kerstpost sorteren bij PostNL, om er zeker van te zijn dat de betreffende banen vervallen. Hopelijk wordt er bij de poort degelijke en deugdzame werkkleding verstrekt, het wil nog weleens tochtig zijn in die hallen.
  • Geen Nederlands spreken? Geen bijstand. Enfin, het fraaiste Nederlands leer je op straat en vooral als je in je blootje loopt.
De plannen gaan waarschijnlijk niet door. De gemeenten willen het niet. De gemeenten/gemeentelijke sociale diensten willen dat zelf kunnen bepalen. Het kabinet zegt dat er over te praten valt.
Nu komen de gemeenteraadsverkiezingen. U weet in ieder geval wat de PvdA wil. U moet dat even niet vergeten. Ook als het kabinet bovenstaande regels niet dwingend oplegt weet u heel goed wat de PvdA wil, de PvdA heeft zichzelf gelukkig ook in zijn blootje gezet, en U moet dus geen PvdA stemmen, en al helemaal niet voor de gemeenteraad, want de gemeente gaat straks zelf de sancties bepalen, en met een grote PvdA in uw gemeenteraad en college weet u alvast de uitkomst.

(tenzij de locale bestuurders een andere mening hebben, maar ja, dan kun je de volgende logische stap in je carrière natuurlijk wel vergeten, dus dat gaat niet gebeuren, hoezeer ze u ook van het tegendeel proberen te overtuigen, luister niet, houd uw handen tegen uw oren, stop er Ohropax in, het is niet waar).

Verzorgd uit de bijstand: een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau. Wijst onder meer op het grote aantal vooronderstellingen dat bij bovenstaand beleid wordt gehanteerd.














zaterdag 11 januari 2014

Het marktaandeel van argumentenfabrieken

Frank Kalshoven (die van de Argumentenfabriek) verklaart in de Volkskrant van zaterdag 11 januari dat bijstand een situatie van tegenslag is, liefst tijdelijk. De genieter daarvan is zelf verantwoordelijk en heeft de plicht om voor de onderstand die hem geboden wordt iets zinvols terug te doen. Kalshoven beroept zich daarbij op het sociale contract dat we met elkaar hebben.

Op die tegenslag, die tijdelijkheid en die eigen verantwoordelijkheid valt nog wel wat af te dingen.
In het najaar van 2013 waren er in Nederland 94.000 vacatures en 400.000 mensen in de bijstand. Tot zover de tegenslag, de tijdelijkheid en de eigen verantwoordelijkheid. De tegenslag zit ingebakken in het kapitalistische systeem, waarbij er zo weinig mogelijk kosten (waaronder lonen) worden gemaakt en er tegelijkertijd zoveel mogelijk wordt afgezet. Hoe de klant aan het geld komt om af te nemen is een detail waarin niet wordt voorzien. Tijdelijk is deze situatie allerminst.
Eigen verantwoordelijkheid kun je uiteraard alleen oppakken als je daarvoor de tools hebt. Een van die tools is in dit systeem de aanwezigheid van banen. Die zijn er niet. Het sociale contract lijkt daarmee nogal een eenzijdig gebeuren te zijn.

Wat doen al die Polen dan hier, zult u zich afvragen. Als er geen werk is. Welnu, die komen hier om zich te laten uitbuiten voor 2 euro per uur, als ze die al daadwerkelijk krijgen. Hoe dat gaat leest u hier.
Daar heeft dit kabinet het volgende op gevonden. Nederlanders moeten ook uitgebuit worden! Laat ze maar werken in de bijstand, dan hoeven wij ons ook niet meer bezig te houden met trivialiteiten als minimumloon. Dat er dan wel erg weinig koopkracht overblijft is vervelend voor het MKB maar ook het MKB is geen conditio sine qua non in het kapitalistisch systeem en dat merken zij aan den lijve.
Van wat ik tot nu toe schreef klopt natuurlijk niets. Ik smeek, zij het impliciet, om rechtvaardigheid, koopkracht en echte banen, alsof ik het sprookje nog geloof. Ik doe net alsof er nog een industriële samenleving is.

Productiefactoren. Productie als zodanig. We hebben ze helemaal niet meer nodig. Na de agrarische en de industriële samenleving zijn we in het Westen beland in de derde fase: de geldsamenleving. Geld maakt geld, en niets anders. Bedrijven, productie, werknemers, ze zijn overbodig. Geld is zelf de productiefactor geworden. De samenleving is hieraan ondergeschikt. Hoe dat zit, ziet u hier.



Groter en groter wordt het aandeel van slavendrijvers, bestuurders en directeuren van argumentenfabrieken, mensen kortom die niets produceren en niets bijdragen. De enkeling die we nog nodig hebben om brood te bakken voor de enkeling die we nog nodig hebben om die enkele trein en bus te laten rijden met daarin de laatste arbeider die het laatste overdekte zwembad aanlegt doet dat maar als payroller of zzp-er en tussen twee zwembaden door zoekt u het maar uit. De kleren die u draagt laten we wel uit India komen, waar ze nog midden in de industriële uitbuitingsfase zitten. Voor het overige staart u zich blind op een schijnvertoning die alleen in stand zal worden gehouden zolang er nog geld uit geperst kan worden.

Dat de hele kapitalistisch-industriële westerse samenleving allang is geïmplodeerd, dat is het nieuwe taboe. Zolang dat niet bespreekbaar is en de nieuwe geldwelvaart voorbehouden blijft aan snuggere enkelingen valt te vrezen dat het aantal argumentenfabrieken de komende jaren nog aanzienlijk zal oplopen. Jaren waarin het geld op de grote hopen zal waaien, de vakbonden bij de achterdeur tevergeefs om rechtvaardige arbeidsomstandigheden zullen vragen en de Roemenen en Bulgaren uiteindelijk het licht uit zullen doen, het voorheen zo welvarende westen achterlatend voor toekomstige archeologen. Grote denkers als Frank Kalshoven zitten dan allang in India, waar nog volop uitbuitingsmogelijkheden zijn.


dinsdag 7 januari 2014

De hel van DUO ABP USZO

Ooit had ik een paar jaar een uitkering. Het was horror en het was hel. En ik weet alles nog.

Ik was een dertiger die ziek was en weer aan het werk wilde. Dus ik ging een flexklus doen. Elke maand een ander inkomen. Dat konden ze niet aan, zij van het DUO/ABP/USZO (het heette ook steeds anders). Elke maand was mijn uitkering verkeerd, elke maand belde ik. En bij elke hersteloperatie werd er weer een fout op gestapeld tot er een vrijwel onontwarbare kluwen van fouten ontstond.
Ik belde en belde, tot ik te horen kreeg van de chef dat ik niet zo vaak moest bellen want dan kwamen haar medewerkers niet meer aan hun werk toe.

Over naar plan B, mede geïnspireerd door de buurman, die twee stelregels heeft: 1. Meten is weten en 2. Wie schrijft die blijft.
Ik diende elke maand een bezwaarschrift in. Ik had dus standaard 3 bezwaarschriften lopen: die van 2 maanden geleden, die van 1 maand geleden, en het bezwaarschrift dat net de deur uit was. Ik won ze allemaal, ik kon zelf namelijk wel rekenen. Zolang je je berekeningsgrondslag maar kende kon je zelf je brutouitkering uitrekenen dus dat deed ik. Onbezoldigd, dat wel natuurlijk.

Op een dag trok een verschrikkelijk lieve uitkeringsmeneer zich mijn lot aan. Hij begon mijn zaak te behandelen. Ik mocht hem altijd bellen, ook toen hij er niet meer over ging. Soms sijpelde er wat leed door. Bijvoorbeeld toen hij zei: "Ik moet even in de dozen zoeken. Want ik heb maar niet meer uitgepakt, ik zit op de 6e bureaustoel in 2 jaar tijd." Hij zorgde dat het altijd weer goedkwam, uiteindelijk, door van onderafaan de fouten er weer uit te rekenen. "Ik mag het eigenlijk niet zeggen," verzuchtte hij op een dag, "maar je had beter niet kunnen gaan werken, want daar zijn we niet op ingesteld."

Aan een ding kon mijn engel niks doen. De Tweede Kamer had in december besloten dat het ABP zelf software moest maken. Die was in september klaar. Toen kregen we allemaal een brief dat we sinds januari geen ziekenfondspremie hadden betaald. Dat zou de volgende maand worden ingehouden. Het was meer dan mijn aanvullende uitkering. Meer dan 700 gulden. Dat had ik niet. Ik was ter plekke failliet. En nee, van bruto-netto had ik geen verstand. Sorry. Ik had het niet gezien. En nee, natuurlijk hadden we nooit een waarschuwing gekregen.
Dat bleek uiteindelijk niet te mogen, zo. Het ABP/USZO had mij, en alle anderen, een redelijke aflossingstermijn moeten aanbieden. Die kwam er ook. De slapeloze nachten waren gratis, dat dan weer wel. Uiteindelijk heb ik geloof ik meer dan een jaar afbetaald.

Een ander drama heeft hij kunnen voorkomen. Hij belde me op en zei "Ga even zitten en schrik niet, want we hebben het al opgelost. Er is een collega naar mij toegekomen en die zei mevrouw X heeft de afgelopen jaren f 22.000 teveel gekregen volgens het systeem. Dat is toch jouw mevrouw X? Die elke maand haar eigen uitkering uitrekent? Dan kan dat toch niet?"
Nee, het kon niet, en het was ook niet zo. Ze hebben alles weer voor me rechtgebreid. "Maar," zei mijn engel, "ik weet niet zeker of het systeem er niet toch nog een brief over gaat fabrieken. Daarom bel ik je. Niet schrikken dus, het komt goed. Als er wat is bel je maar weer."
Ik schrok me natuurlijk toch te pletter. Maar ik had geleerd om deze meneer te vertrouwen. Ik heb er nooit meer wat over gehoord. Het systeem had kennelijk de moed opgegeven.
Een paar maanden later kreeg een ex-collega van de buurman hetzelfde verhaal, maar dan zonder engel. Die kreeg de brief. Voor een enorm bedrag, f 40.000, f 70.000, ik weet het niet eens meer. Het was iets ontzettends. Maar de buurman was een gewaarschuwd man. Door mij. De ex-collega geloofde het, de buurman niet. En hij toog aan de slag, want de ex-collega kon het niet zelf meer. Vergevorderde MS. De buurman heeft het opgelost "maar het heeft hem wel een stuk teruggezet" zei de buurman somber.

Mij deed het ook niet echt goed. Ik had thuisgezeten door een paniekstoornis. Ik kluste inmiddels halve dagen. De andere halve dag ging zo'n beetje op aan rekenkundige excercities die het ABP/USZO had moeten doen.
Na twee jaar was ik het zat. Ik ging er bijkans opnieuw aan onderdoor.
Ik diende een klacht in, verklaarde mij ontevreden met het antwoord, kopieerde alles, stopte het in de enveloppen I, II en III en stuurde de hele zwik naar de Nationale Ombudsman. Ik kreeg gelijk en ontving van het ABP een schrijven dat, hoewel ze het er helemaal en vooral juridisch niet mee eens waren, ze toch 'reden hadden om over te gaan tot' de uitbetaling van de door mij gevraagde (symbolische) schadevergoeding van f 200, waar ik toen ook maar een goeie fles single malt voor de buurman van heb gekocht, want die wilde nog weleens meekijken als het mij even teveel werd.

Niet zolang daarna kreeg ik regelmatige inkomsten. Dat konden ze redelijk aan. Nog een poos later verdiende ik zoveel dat ik de uitkering niet meer nodig had. Ik was uit de hel.

Tot zover het paradijselijke bestaan van een uitkeringstrekker. Twintig jaar geleden is het. Ik geloof niet dat er veel veranderd is qua uitkeringsfabrieken. Ik wens het niemand toe, en de mensen die het overkomt wens ik sterkte. En als je kunt, steek ze een handje toe, al luister je alleen maar, al lees je maar een keertje mee. Echt, het helpt.

Lees hier het verhaal van Dick bij het UWV.